Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vensvergroeiing van het Diplozoön voert de weg naar de ware, hulpvaardige, in de arbeidsverdeeling nog ver voorbij het geslacht zich sociaal vereenigende, echtgemeenschap van twee hoogere dierlijke individu's, overal nog over een duisteren scheidingstrap, die de individu's — ook die, welke geslachtelijk bij elkaar behooren — eerst nog eens scherper van elkaar dreef en elk afzonderlijk op zich zelf plaatste. Eerst na het bereiken van deze scherpere individualiseering kon daarop weer de vooruitgang, in den vorm van hoogere vereeniging, opgebouwd worden. En het valt niet te betwijfelen, of gij ziet de sporen van dit overgangsproces ook in de wonderlijke liefdeskomedie's bij spin en stekelbaars doordringen.

Maar hier ziet gij slechts de versteende uitersten van dien noodzakelijken overgang. Tot in het uiterste der uitersten, waarbij de geslachten van ééne en dezelfde spinsoort zich zoover van elkaar „weggeïndividualiseerd" hebben, dat bij de, eindelijk toch onmisbare, ontmoeting een conflict tusschen de instinkten : eten en liefde, mogelijk wordt.

Hoe dicht gij echter, in weerwil daarvan, in beide gevallen reeds tot den hoogeren dier-echt, die juist deze toegenomen tegenstelling der geslachtsindividu's weer ideaal te zamen brengt, zijt genaderd, kunt gij opmaken uit de buitengewone toeneming, ja uit de, in beginsel ontwakende, hoogj beteekenis van het ouderlijk gevoel. Het is waar: dit is in beide gevallen telkens tot één der beide geslachten beperkt — maar, en dit is van beteekenis, telkens tot een verschillend geslacht. Eens tot de spinnemoeder. Eens tot den stekelvader. Ik wensch bij eene andere gelegenheid nog een extra woordje met u over deze gevoelens te spreken, — en wel daar, waar voor ons de gansche lijn bij den mensch hare allerhoogste beteekenis verkrijgt. Neem hier voorloopig eens aan, dat er eenvoudig weer slechts sprake is van een grondverschijnsel der levende wezens, — trouwens nu een verschijnsel met eene zeer geestelijke uitdrukking.

Sluiten