Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het roode heidekruid.

„Diese Unvergleichlichen Wollen immer weiter, Sehnsuchtsvolle Hungerleider Nach dem Unerreichlichen." G o e t h e (Walpurgisnacht.)

Woel met uw hoofd in het wilde heidekruid, als in eene roode doornenkroon. Uw vermoeid menschenhoofd, waarop zooveel philosophie drukt. Dat de wereld moet begrijpen, van den vlammenden gordel van Orion 1) tot aan den volvox, welks wereldbol door een droppeltje aardsch water wentelt.

Hoort gij het zachte gonzen der bij, die van bloem tot bloem snelt? Daar zweeft zij weg in het licht als een blinkend zonnestofje, — haar teedere vleugelmelodie klinkt tot in de verte. Philosophie, alles philosophie. Eene wereld vol vragen is in deze kleine bij van het heidekruid verborgen. En ook diepste philosophie van de liefde.

Kent gij de legende van den heilige, die zich bij zijn God beklaagde, dat de wereld te klein was voor zijne gedachten ? Toen opende de God hem de oogen voor de geheimen van een zonnestofje. Duizend jaren gingen voorbij, toen de God weer op de aarde kwam. Daar zat de heilige

24*

Sluiten