is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der liefde in de natuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de tweebeenige mensch, het toppunt zijt van den stam der gewervelde dieren : visschen, amphibiën, reptielen, vogels, zoogdieren. Alleen zijt gij, als mensch, in het geheel nog een ontzaglijk eind verder „opgeklommen", dan zelfs de verstandigste bij of mier.

Zooveel nu weer van een Darwinistisch standpunt. Thans echter naar de liefde.

De bij daarginds is dus een insect van dien en dien rang. Wat is zij echter nu ten opzichte van de liefde, juist in dit geval ? Is dit bijtje hier een man ? Is het eene vrouw ? Is het één dier monsterachtige manvrouwen of vrouwmannen van het hermaphrodietengeslacht ? Ja, ziet ge, — daar zijn wij nu reeds dadelijk bij het wonderbare aangeland.

Gij hebt vroeger de kruisspin op hare liefde gepeild. Dat was nog een heel eind verder naar beneden in den stam der gelede dieren. Maar toch hebt gij reeds, als scherp kenmerk, de volkomen scheiding der geslachten gezien in man en vrouw, uiterst streng van elkaar gescheiden, zoo streng, dat van echtvereenigingen geen sprake was, slechts

van eene vluchtige ontmoeting voor de bevruchting,

overigens spinnige vijandschap, ook van geslacht tot geslacht. Maar ik liet u dat zien, juist als een uiterst geval: de scherpe individualiseering van beide echtgenooten was een stuk innerlijken vooruitgang, een stuk vrijheid, dat noodzakelijk eerst komen moest, want dan eerst was eene nieuwe, opnieuw vereenigende, toenadering der geslachten, als 't ware weer „rijp" geworden, — er kon zich, onder het inachtnemen van die individualiseering, eene hoogere, vrije beschermgemeenschap tusschen man en vrouw ontwikkelen, dat is : de eigenlijke echt in onze g r o o t e beteekenis.

Maar zij moest zich dan ook verder ontwikkelen. Ik heb u erop gewezen, dat die hernieuwde verzoenende vooruitgang waarschijnlijk zich langs natuurlijken weg heeft voorgedaan : bij de zorg voor de jongen. Gij hebt de eenzame spinnemoeder, den eenzamen stekelvader gezien. Denk nu eens aan een vogelenpaartje, waar die hoogere echt