Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het bijtje, reeds in zijn eenvoudigen, nuchteren arbeid om den broode, een kometenstaart van vreemde liefde achter zich meevoert. Hoe staat het echter met de eigen liefde ? Als zij kinderen tehuis heeft, veel kinderen met hongerige magen, voor wie het eeuwige verzamelen bestemd is, dan ligt het voor de hand, dat zij zelf ook reeds van de liefde heeft genoten . . . . ?

Vang er eens eene. Zij verweert zich en steekt. Nu is zij toch verloren, eene zekere candidate voor den dood, want de scherpe, met weerhaken bezette, dolk, dien zij u in de wond steekt, was geen uitwendig wapen, doch een lid van haar eigen lichaam, dat bij het afbreken ook haarzelf eene doodelijke wonde toebrengt. Derhalve kunt gij haar offeren aan uwe weetgierigheid en aan hare inwendige deelen de groote vraag beantwoorden : man of vrouw ?

Zonderling resultaat. Gij gevoelt bijna medelijden met uw slachtoffer; gij hebt, wat de liefde betreft, blijkbaar eene arme martelares getroffen, die door het leven zelf reeds liefdeloos genoeg geteekend is. In den aanleg herkent gij nog de vrouw, maar juist in geslachtszaken eene gedegenereerde vrouw ; de eierstok is weggekwijnd en nauwelijks nog als zoodanig te herkennen, met een paar leege stompjes, in plaats van de, anders hier te verwachten, talrijke dikke buizen. Alles, wat voor eene bevruchting zou kunnen dienen : onbruikbaar of verdwenen. Derhalve eene gedwongen Vestaalsche maagd 2), beroofd van alle huwelijks- en moedervreugde ? En toch verzamelt dat arme wurm ? voor wie dan ? — Hartroerende gedachte ; zou het, zelf van alle moederweelde verstoken, toch voor vreemde kinderen helpen zorgen, — in den duisteren drang van den weg tot de Madonna . . . . ?

Maar wat is dat ? Gij pakt eene tweede van die verzamelaarsters in het heidekruid, — eene derde, en steeds hetzelfde, treurige raadsel. Zij schijnen allen gedegenereerd, allen zoo goed als geslachtsloos. Zij allen daarginds — de honderden, de duizenden, die gonzend en gonzend door het

Sluiten