Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt. Evenwel: wat de bij in dit kunstmatige huis doet, dat is dan ook in elk opzicht, evenzoo consequent, slechts haar eigen werk. En gij moogt haar slechts voorwaardelijk een „huisdier" noemen. De hond, die den mensch trouw dient en wiens verstand ontwikkeld schijnt te zijn voor alle mogelijke menschelijke doeleinden, is door hem in zekeren zin werkelijk „gemaakt". De bij heeft hij gepleegd, maar innerlijk heeft hij er geen invloed op kunnen uitoefenen. Ongetwijfeld vertoont zij hem in haar dol liefdessprookje en in haar staatsplan eene overoude, taaie overlevering, die als zoodanig op zijn paar duizenden jaren van menschelijke beschaving neerziet, als op een uiterst nietig tijdstofje. Hij is planetenjeugd, nog zoo groen mogelijk. Zij is planetenouderdom. Minstens sedert de krijtperiode, (die eerst vogelbekdieren en buideldieren, wellicht ook egelachtige insecteneters, maar nog geen apen en menschen zag) bestaan die bloeiende planten, welke het bezoek van insecten voor de bevruchting noodig hebben. Zoolang bestaan er dus waarschijnlijk ook bijen op de aarde. Zeker leefden zij reeds in den tertiairtijd, toen de mensch nog als menschaap in de boomen klom. Zoo ontzaglijk oud kan dus ook de overlevering harer gewoonten zijn. Wat zijn, daarmee vergeleken, menschenstaten, — de paar duizenden jaren, die Persepolis en Palmyra in de woestijn verspreid en Athene en Rome in archaeologische museums veranderd hebben ?

Maar nu kruipt onze kleine Vestaalsche in haar korf. Om haar heen gonst en bromt het, de kamers en gangen op en af. Een enge, waarlijk beangstigend boven elkaar opgestapelde burcht, bijna zooals het oude Troje, dat door Schliemann opgegraven werd. Kamer aan kamer, cel aan cel. Gevulde provisiekamers, waar nu eens het heerlijke brood opgestapeld ligt, dat zorgvuldig uit kostelijk stuifmeel samengekneed werd, dan weer de gouden honingdrank, in zwellende, geurige massa's, tot aan de zoldering reikt. En kinderkamers, waar de kleine hongerige wurmpjes zich bewegen of in witte zijden wiegjes slapen. Kinderen, — ja, maar waar vandaan ?

Sluiten