Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten allen tijde genoeg „man" bij de hand, om al hare zestigduizend eieren, één voor één, zooals zij bij haar rijp worden en in den loop der maanden naar buiten dringen, zelf en zonder verdere mannelijke hulp te „bevruchten", — dat is: van het noodige levensvoedsel, in de beteekenis van onze overoude dwergenhistorie, te voorzien.

En zoo is het inderdaad. Eens op een dag in het voorjaar verliet mejuffrouw de koningin den burcht. Bij het ontwaken der natuur snelde ook zij hoog in de lucht rond. Destijds vlogen ook de luie darren mede uit. En zulke darren voegden zich bij haar. Tot op dit bruiloftsuur was ook zij Vestaalsche maagd geweest, — maar alleen omdat de gelegenheid ontbrak, — niet, zooals de duizend arme anderen van het Rijk, door de vernietigende machtspreuk van lichamelijke ongeschiktheid. Tot op dit uur, — maar niet langer. Toen mevrouw de koningin van haren wilden tocht weer tehuiskwam, was zij voor immer — vrouw. Maar tevens had zij den man nooit meer noodig. Eens voor immer! Haar zaadzakje, éénmaal boordevol, leverde de bevruchtende stof voor ontelbare eieren. De bijenkoningin is, „eens voor altijd", bevrucht.

Zelfs voor jaren. Want met den éénen zomer, waarover ik nu altijd met u gesproken heb, is het leven van dit wonderding, dat „bijenkoningin" genoemd wordt, op zichzelf nog geenszins uitgeput. Zij heeft lief gehad. Haar zaadzakje is gevuld. Zij heeft eieren gelegd. De Vestaalschen, die haar reeds omringden, vóór de paring plaats had, hebben het eerste kindergeslacht opgekweekt en zijn toen zelf langzamerhand, aan de zesweeksche grens van haar arme, werkzame Vestaalsche leven ten onder gegaan. Vesta's eerste geslacht ging. Het nieuwe bleef. Maar ook Aphrodite bleef. Bovendien ook nog darren ; deze trouwens voortaan volkomen doelloos. Nieuw eierleggen. En zoo voort. Een geheele zomer in onuitputtelijke, trotsche moederkracht van de ééne koningin, — onbaatzuchtige verpleging van de jongen door de duizend en nog eens duizend lieve arme, snellevende maagde-

Sluiten