Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ding Vestaalschen opleveren — enz. Melden zich echter na het verschijnen der eerste jonge koningin nog andere nieuwe koninginnetjes aan, uit naburige koninginnewiegen, dan wordt spoedig nogmaals een „ver sacrum" noodig : in plaats van in de korf de regeering te aanvaarden, verzamelt de eerstgeboren jonge koningin nogmaals, evenals de oude, een deel van den voorhanden stam om zich heen en gaat daarmede, als „nazwerm", eveneens in ballingschap de wijde wereld in om een nieuw vaderland te zoeken. De stam kan echter ook te klein zijn, om zulk eene proef voor de tweede maal toe te laten: dan worden de nageboren overbodige koninginnen door de Vestaalschen onbarmhartig vermoord.

Veel merkwaardiger nog dan dit alles echter is, hetgeen gebeurt met die eerste moederkolonie van de o ude koningin. Want daar komt eerst duidelijk de verbazende productiviteit van deze eerwaardige oude dame aan het licht. Met de nieuwe kolonie gaat zij nu den tweeden zomer in, — maar altijd door legt zij onophoudelijk eieren : duizenden en nog eens duizenden. En gedurende den ganschen zomer bevrucht zij nogmaals al deze duizenden eieren, uit het zaadzakje, dat nu reeds anderhalf jaar oud is.

Geenerlei nieuwe bevruchting heeft daartoe plaats, — nooit laat deze kuische weduwe zich meer met een bijenman in. En toch heeft zij nog steeds van die ééne voorjaarsbevruchting genoeg zaad in dat zakje over, zoodat het ééne ei na het andere eene Vestaalsche kan opleveren. En weer wordt het winter, opnieuw overwintert zij met eene laatste rest van de Vestaalschen, die het taaist van leven zijn. Wederom echter is in het voorjaar — het derde dus van haar leven — ook bij haar de parthenogenetische kracht, de „maagdelijke voortplanting," een beginsel, dat reeds bij hare eigene geboorte van de ouders op haar overgeplant werd, — voldoende om nu onbevruchte darren voort te brengen. Tengevolge daarvan nogmaals uittocht van eene „gewijde lente": de overoude koningin ten tweedenmale aan het hoofd van een troep verbannen Vestaalschen.

Sluiten