Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij dezen dubbelen Vestaalschen levensduur met een menschelijken levensduur van ongeveer zestig jaren gelijkstellen, dan zouden de zaaddiertjes aan het einde van het derde koninginnejaar hun oorspronkelijken mannelijken eigenaar nog tot het twaalfvoudige bedrag overleefd hebben : — als de vader dus op zestigjarigen leeftijd gestorven ware, dan zou zijn zaad als zoodanig bijna achthonderd jaren geleefd hebben, dus meer dan zevenhonderd jaren na den dood van den vader — voorzeker opnieuw één der grootste wonderen van dit, aan wonderen zoo oneindig rijke, gebied der

voortplanting

Het bijensprookje zelf nadert met dit laatste wonder zijn einde. Somtijds kan zulk eene patriarchale koningin nog tot in het vijfde jaar leven en zich voortplanten. Maar dan (of meestal reeds vroeger) heeft zij toch ten slotte den eindpaal bereikt, — de onuitputtelijke tooverbron van het leven begeeft haar, het zaadzakje is leeg en de kracht der maagdelijke voortplanting is gedood, — dan wordt eindelijk ook de eigen levensdraad afgesneden, het einde.

Sluiten