Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogere beteekenis ontwikkeld heeft. Veel later, bij den mensch, zou deze echt van buitengewone beteekenis worden, in de lijn naar de ontwikkeling van den staat. Maar de bij begon met de vorming van een staat op een trap, toen die ontwikkeling van den echt zelf nog volstrekt niet geregeld was. En dat was haar ongeluk.

De bijenstaat ging uit van de standvastige individualiseering van man en vrouw. Dit beginsel heeft hij trouw bewaard. Maar hij heeft zelf niet de minste poging gedaan, om daarin nog dieper door te dringen. De bevruchting brengt man en vrouw voor een oogenblik samen. Dit is de gansche „echt" van de bij. Zonder eetinstinkt, maar overigens geheel zooals bij de spin. Al de ouderlijke gevoelens blijven aan den kant der vrouw. De man, de dar, heeft een onbeteekenend karakter, dat aan het eigenlijke geslachtsleven slechts voor een oogenblik bij de bevruchting betrokken is. Lui en doelloos brengt hij in den regel zijn geheele leven door en zijn gewelddadige dood is dan niet veel minder erbarmelijk dan die van den spinneman, die door de grootere spinnevrouw opgegeten wordt: en bij hem is die erbarmelijkheid zelfs regel. Dus hier volstrekt geen vooruitgang, eerder een teruggang.

Nu echter de vrouw. De vrouw treedt op als dubbel-individu : hier koningin, daar Vestaalsche maagd. Bij nadere beschouwing heeft echter die verdubbeling aan elk der beide individu's afbreuk gedaan. De ééne, de koningin, heeft hare moederlijke gevoelens volkomen verloren, die juist zulk een reusachtigen vooruitgang in geestelijken zin beteekenden. En zij is overigens ook van anderen afhankelijk geworden, heeft bijv. voedering door vreemden noodig. Omgekeerd echter heeft de Vestaalsche het edelste geslachtsleven volkomen verloren ; zij is in 't algemeen uit den gezichtskring der hoogere vereeniging „man en vrouw" verdwenen, zij kent den man slechts als een luien gast, dien men ter gelegener tijd dood slaat; bovendien is haar levensduur verkort, in één woord, achteruitgang op achteruitgang.

Slotsom : toch eene verarming van het individu in elke

Sluiten