Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoorlijk beantwoord worden, zonder kennis van het geheele leerplan.

Voor 17- of 18-jarigen is studie van een uitvoerige handleiding, (voor vele volwassenen te zware arbeid), zeer zeker te moeilijk, terwijl een methodische schets, als de heer Zijlstra schreef, hoe verdienstelijk ook op zich zelve, niet den blik op het geheel geeft, wijl ze zich uit den aard der zaak te veel tot grepen bepaalt. Nu zal de onderwijzer in de paedagogiek bij zijn mondeling onderwijs uitvoerige handleidingen wel beperken, of een schets aanvullen, maar toch, een werk, dat den candidaten in handen gegeven kan worden, zal niet onwelkom zijn, waardeverschillende examen-commissies elk jaar eenstemmig de klacht herhalen, dat de bekendheid met de voornaamste leerwijzen voor lezen, schrijven en rekenen te wenschen overliet, te oppervlakkig was, enz.

Vooral aanstaande hoofdonderwijzers zullen deze studie met vrucht kunnen raadplegen, niet slechts, om „kennis van de meest gebruikte leerwijzen voor elk vak" op te doen, maar vooral, om „duidelijke begrippen te bekomen van de wijze, waarop het schoolonderwijs (in rekenen) dienstbaar kan gemaakt worden aan de verstandelijke en zedelijke vorming der leerlingen"; het III'hoofdstuk (waarde van het rekenen) is met het oog hierop geschreven, al bevat het ook voor den practischen onderwijzer menigen wenk.

Dat deze studie deze doeleinden werkelijk moge dienen en alzoo het rekenonderwijs ten goede komen, is de wensch van

Amsterdam, Januari 1901.

DEN SCHRIJVER.

Sluiten