Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te vormen. O21 dezen eisch te begrijpen, zij gewezen op het bekende verschijnsel, dat bij verschillende dieren (leeuwerik, boomvorsch, tijger, enz.) de huidkleur gelijk is aan die der omgeving, waardoor ze niet in het oog vallen. De te tellen voorwerpen moeten echter juist de aandacht trekken, zoodat een andere kleur dan de voorwerpen der omgeving noodig is. De beste kleur nu zou zijn zwart, op een wit veld, maar het is niet in het belang van het oog, langen tijd op een wit veld te zien, waaruit volgt, dat witte voorwerpen op een zwarten achtergrond de voorkeur verdienen.

4°. De hulpmiddelen moeten zoo min mogelijk aanleiding geven tot gewaarwordingen, die met het getal-begrip geen verband houden. Het bewustzyn toch is beperkt; slechts enkele afzonderlijke gewaarwordingen kunnen op hetzelfde oogenblik bewust zijn, zoodat het zaak is, de hulpmiddelen zóó te kiezen, dat andere gewaarwordingen dan motorische zooveel mogelijk vermeden worden. Om het ontstaan der oog-motorische gewaarwordingen te begunstigen, is het daarom wenschelijk, dat de hulpmiddelen als voorwerpen bekend zijn (den prikkel van het nieuwe missen), dat ze dezelfde kleur, nagenoeg denzelfden vorm en ongeveer dezelfde grootte hebben '). Om het ontstaan der handmotorische gewaarwordingen te steunen, is het gewenscht, dat bij alle hulpmiddelen de gesteldheid der oppervlakte dezelfde is (alle even glad, ruw, vlak, enz.), en dat de oppervlakte op alle punten van elk hulpmiddel dezelfde is

') Wjjl de eenheden samengevat moeten worden tot een „verzameleenheid", volgt reeds hieruit de eisch, dat de voorwerpen, als hulpmiddel gebezigd, niet te veel uiteen mogen loopen.

Sluiten