Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40, ... tot 100 en deze te beschouwen als 2, 3, 4 ... 10 tienen, zoodat dit onderdeel der telling geen nieuwe moeilijkheden oplevert (er wordt slechts met een bekende verzameleenheid geteld). Door dit „tellen bij tienen is ook al dadelijk gelegenheid, het hulpmiddel voor dit leerjaar (het telraam) bij de klasse te introduceeren.

Daarna is het noodig, de tusschenliggende aantallen te leeren kennen, d. w. z. eerst die tusschen 20 en 30, dan die

tussehen 30 en 40, enz , niet echter in dien zin, dat

elk aantal behandeld wordt, als in het eerste leerjaar, maar slechts om de leerlingen bekend te maken met de aantallen vier en twintig, zes en vijftig, enz.... Aan het eind dezer oefeningen moeten de leerlingen alzoo elk aantal tusschen 20 en 100 op het telraam kunnen voorstellen, terwjjl het thans (als toepassing) wel aanbeveling verdient, dit met Critas' leermiddelen te laten verrichten. Deze toch zijn minder geschikt, om er van uit te gaan, dan het telraam, omdat het meer tijd kost, een aantal lucifers door alle leerlingen te laten aftellen, dan een aantal ballen op het telraam door een der leerlingen. Als controle-middel echter, of alle leerlingen het behandelde wel opgevat hebben , zijn deze leermiddelen aan te bevelen '). Is dit doel (het voorstellen van een willekeurig aantal kleiner dan 100)

!) Om het karakter van de aanschouwelijke behandeling der getallen in dit leerjaar zyn het telraam en Critas leermiddelen even doelmatig, en, al is het waar, dat het werken met Critas' leermiddelen meer den lust der leerlingen wekt, dan het werken op het telraam, dit feit mag niet tot een te druk gebruik van Critas' leermiddelen leiden. Bjj groote klassen moet dit laatste vergezeld gaan van een aanmerkelijk tijdverlies, en bij den beperkten leertijd der lagere school, ware daarmede de meerdere lust te duur gekocht.

Sluiten