Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereikt, dan wordt overgegaan tot het schrijven en uitspreken van die getallen. Wat het schrijven betreft, de leerlingen moeten zoover gebracht worden, clat ze een aantal, door den onderwijzer genoemd, direct in cijfers voorstellen. Door het geleerde bij de telling kunnen ze een genoemd aantal voorstellen (op het telraam of met Critas' leermiddelen) en hieraan sluite de onderwijzer bij het schrijven der getallen aan, door met hen na te gaan, wat ze hierbij eigenlijk deden. Om b.v. vier en twintig ballen voor te stellen, namen ze 2 rijen van tien en nog 4 ballen en, gelijk 1 rij van tien en 4 ballen geschreven werd als 14 (bekend uit het vorige leerjaar) zoo wordt een aantal, dat bestaat uit 2 rjjen van tien en 4, geschreven als 24. Na nog enkele voorbeelden (niet te weinig) wordt de regel getrokken, dat de tienen aan de linkerhand, de eenen aan de rechterhand geschreven worden, waarna verschillende oefeningen volgen. Thans eerst wordt de schrijfwijze 60 geleerd; het is n.1. niet raadzaam, hiervan uit te gaan, omdat er anders altijd leerlingen zijn, die vier en zestig voorstellen als 604. Eerst worden natuurlijk de genoemde aantallen voorgesteld en na dit voorstellen geschreven; dit voorstellen behoort echter zoo spoedig mogelijk weg te vallen, en alleen, als een leerling hapert, wordt er toe teruggekeerd. Is dit het eigendom der leerlingen, dan moeten ze een geschreven getal (b.v. 54) leeren uitspreken, het omgekeerde van wat ze pas leerden. Daartoe is voldoende te vragen, hoeveel rijen van tien er zijn en hoeveel eenen, wat er dus staat, enz. en, alleen als de leerlingen niet dadelijk kunnen antwoorden op de vraag, wat er staat, wordt het telraam (of Critas' leermiddelen) gehaald. De meeste leerlingen zullen dezen steun echter niet meer be-

Sluiten