Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoeven. Als oefeningen, om te contróleeren, of het beginsel der telling (het cijfer aan de linkerhand heeft 10 x meer waarde dan dat aan de rechterhand) door de leerlingen opgenomen is, ook al kunnen ze dit niet zoo dadelijk in dezen vorm uitdrukken, worden thans verschillende aantallen centen (dubbeltjes, guldens, halve centen, stuivers, halve stuivers, kwartjes, enz.) uitgesproken, waarbij de leerlingen zoowel analytisch als synthetisch moeten handelen. Deze controle-oefeningen zijn uitstekende klassikale schriftelijke rekenoefeningen; de onderwijzer schrijft b.v. op het bord: 25 cent = 2 ... +■ 5 ... (of = ... dubb. + . .. cent), 43 dubb. = 4 .. . + 3 ... (of = ... guldens + . . . dubb.), 37 kwartjes = 3 . .. + 7 ... (of = ... rijksd. + . . . kwartjes),

enz. en later:

2 dubb. + 5 ct. = ... ct. (of = 25 .. . .),

4 guld. -f 5 dubb. = ... dubb. (of = 45 .. .),

3 rijksd. -f- 7 kwartjes = . . . kwartjes (of = 37 . . .) enz. Op deze wijze wordt in het rekenonderwijs gepaste afwisseling gebracht, terwijl de waarheden, waarop ze steunen (1 dubb. = 10 ct., 1 gulden = 10 dubb., 1 rijksdaalder = 10 kwartjes, enz.), geheel tot het gebied der kinderlijke ervaring behooren.

II. Optelling.

De gevallen, hierbij te onderscheiden, worden duidelijk door het straks volgende overzicht, waarin, om ze scherper te typeeren, abstracte getallen gekozen zijn, echter geenszins met de bedoeling, de leerlingen, uitsluitend of in hoofdzaak, met zulke getallen te laten werken, integendeel. Elk geval wordt met aantallen behandeld (aan hoeveelheden, uit verschillende eenheden samengesteld, opgemerkt), om eindelijk

Sluiten