Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te komen tot de bewerking met de abstracte getallen, niet slechts, omdat de natuurlijke ontwikkelingsgang bij het kind is van het concrete naar het abstracte, maar ook, omdat veel en aanhoudend werken met abstracte getallen storend nawerkt, als later het geleerde in vraagstukken toegepast moet worden. (Ook in latere overzichten, in dit of volgende leerjaren te geven, zijn alleen om deze reden abstracte getallen gekozen.)

1. Tienen bij tienen, b.v. 40 + 30.

2. Eenen bij tienen, b.v. 40 + 6.

(Beide gevallen zijn feitelijk reeds bij de telling behandeld, maar wijl ze de telling herhalen en de eigenlijke optelling inleiden, zijn ze hier wel op hun plaats.)

3. Eenen bij tienen en eenen, b.v. 42 + 7.

De eenen zijn zoodanig gekozen, dat de som der eenen ^ 10 blijft; natuurlijk wordt eerst slechts één groep eenen bij het eerste getal gevoegd, en later meerdere (b.v. 42 + 3 + 4), al is de keuze in het laatste geval vrij beperkt.

4. Tienen bij tienen en eenen, b.v. 46 + 20 (later 26 + 20 + 30).

5. Tienen en eenen bij tienen en eenen, b.v. 46 + 23 (later 46 + 22 + 1, 46 + 23 + 20, 46 + 12 + 21, enz.). De eenen zijn zoo gekozen, dat de som der eenen < tien blijft.

6. Eenen bij tienen en eenen, b.v. 46 + 4 (later 46 + 1 + 3, 46 + 20 + 4).

De eenen zijn zoo gekozen, dat de som der eenen =10.

Sluiten