Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sprake komen, niet afzonderlijk behandeld worden, en dus hun karakter van „loopjes" of „kunstjes" geheel afleggen. Eerst na behandeling van alle gevallen (op de hier aangegeven wijze) wordt de gewone vorm van bewerking gekozen en worden optellingen op deze wijze verricht. Zijn zóó deze gevallen behandeld, dan kan de leerling willekeurige getallen, kleiner dan 100 (waarvan ook de som < 100 is), samentellen, zoodat overgegaan kan worden tot

III. Aftrekking.

De gevallen, hierbij te onderscheiden, loopen parallel met die der optelling, zoodat zonder nadere toelichting deze volgorde wel duidelijk zal zijn.

1. Tienen van tienen.

2. Eenen van tienen en eenen, b.v. (56 — 6).

Het aantal eenen van den aftrekker = dat van het aftrektal.

3. Eenen van tienen en eenen, b.v. 56 — 4.

Het aantal eenen van den aftrekker is < dat van het aftrektal.

4. Tienen van tienen en eenen, b.v. 46 — 20.

5. Tienen en eenen van tienen en eenen, b.v. 69 — 25. Het aantal eenen van den aftrekker is <. dat van het aftrektal.

6. Eenen van tienen, b.v. 50 — 8.

7. Tienen en eenen van tienen, b.v. 50 — 24.

8. Eenen van tienen en eenen, b.v. 62 — 9.

Het aantal eenen van den aftrekker is > dat van het aftrektal.

9. Tienen en eenen van tienen en eenen, b.v. 63 — 25.

Sluiten