Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het aantal eenen van den aftrekker is > dat van het aftrektal.

Weer wordt elk geval na mondelinge behandeling schriftelijk toegepast en wel eerst in den vorm, zooals die hier gegeven werd (de getallen door het minusteeken verbonden); na behandeling van het laatste geval echter in den „cijfervorm". Bij de mondelinge behandeling wordt elk geval op verschillende manieren uitgewerkt; 69 — 25 èn als 69 — 20 — 5 èn als 60 — 20 + 9 — 5; 50 — 24 èn als 50—20 — 4 èn als 40—20 + 10 — 4; 62 — 9 èn als 62 — 2 — 7 èn als 62 — 10+1 enz. Op deze wijze komen de gebruikelijke verkortingen van zelf ter sprake, zoodat het niet noodig is, opgaven te kiezen alleen voor die verkortingen. Voor het gemak van den onderwijzer zij hier echter opgemerkt, dat die verkortingen ontstaan:

le. door aftrektal (aftrekker) zoo te splitsen, dat het verschil op het oog bepaald kan worden:

58 — 27 = 57 — 27 + 1 56 — 27 = 56 — 26 — 1.

2e. door aftrektal en aftrekker met eenzelfde getal te vermeerderen (verminderen):

56 — 27 = 59 — 30 53 — 14 = 50 — 11.

3e. door den aftrekker met een getal te vermeerderen (verminderen) en het vermeerderde (verminderde) bij het verschil te voegen (of er af te nemen):

61 — 18 = 61 — 20 -f 2 61 — 18 = 61 — 11 — 6.

4e. door het aftrektal met een getal te vermeerderen (verminderen) en het vermeerderde (verminderde) van het verschil te nemen (of er bij te voegen):

Sluiten