Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oen dwaasheid), ze beoogt integendeel onophoudelijke herhaling, zonder dat de leerling die als herhaling voelt. Wat de overige gevallen der vermenigvuldiging betreft, ze zijn feitelijk slechts toepassingen der tafels; waar toch het product

< 100 moet zijn (om den getallenkring van dit leerjaar) r is, zelfs bij een vermenigvuldiger 2, het vermenigvuldigtal

< 50 d. w. z. geen willekeurig getal. Yan eigenlijke vermenigvuldiging van een getal < 100 met een getal van 1 cijfer, kan dus geen sprake zijn, zoodat het vermenigvuldigen slechts ingeleid wordt, meer niet. Toch is het noodig, hierbij een methodische volgorde in acht te nemen, waardoor de volgende gevallen onderscheiden kunnen worden.

1. Eenen met tienen, b.v. 2 x 30 (als 2x3 tienen te behandelen; zoodat het een directe toepassing der tafels is).

2. Eenen met tienen, + eenen b.v. 3 x 23 (het product der eenen < 10).

3. Eenen met tienen, + eenen b.v. 2 x 35 (het product der eenen = 10).

4. Eenen met tienen, + eenen b.v. 4 x 23 (het product der eenen > 10).

5. Tienen met eenen, b.v. 20 x 4.

6. Tienen + eenen met eenen, b.v. 24 x 2 (het product der eenen < 10).

7. Tienen -f eenen met eenen, b.v. 25 x 2 (het product der eenen = 10).

8. Tienen + eenen met eenen, b.v. 36 x 2 (het product der eenen > 10).

Onwillekeurig rijst de vraag, waarom de groepen 5—8 na de groepen 1—4 geplaatst zijn. Daarop zij geantwoord, dat bij 2 x 38 b.v. de eigenschap: „een som wordt ver-

3*

Sluiten