Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behandeld; 78 : 2 èn als 60 : 2 + 18 : 2 èn als 70 : 2 + 8 : 2 èn als 80 : 2 — 2:2; 90 : 5 èn als 50 : 5 + 40 : 5 èn als 9 x 10 : 5 = 9 x (10 : 5) = 9 x 2 = 18; 84 : 6 èn als

(84 : 2) : 3 = 42 : 3 èn als 60 : 6 + 24 : 6, enz Eerst

als zoo alle gevallen behandeld zijn, door verschillende eigenschappen der deeling te laten toepassen, wordt de bewerking in den „cijfervorm" geschreven b. v. als 6 ct. / 72 ct. / 10 x 60 ct. 2 x

12 ct. 12 x 12 ct.

Bij het aanleeren dezer wijze van bewerking moet reeds op het verschil in schrijfwijze tusschen vraag (42 : 3, d. w. z. de deeler het laatst) en beantwoording (3 / 42 / d. w. z. de deeler het eerst) gewezen worden. Wordt het nagelaten, hierop in het begin te wijzen, dan wordt bij het verdere rekenonderwijs voortdurend tegen de schrijfwijze der vraag gezondigd, doordat de leerling overeenstemming brengt tusschen vraag en antwoord, d. w. z. 3 : 42 schrijft in plaats van 42 : 3.

Evenals bij de telling zij hier, na behandeling der „hoofdbewerkingen", gewezen op opgaven, die betrekking hebben op eenheden, welker verhouding den leerlingen door ervaring bekend is. Opgaven als:

26 dubb. = . . . . stv.,

17 kwartjes = . . . . stv.,

18 halve guld. = . . . . dubb.,

2 rijksd. = . . . . dubb., enz.

(met combinaties als: 2 kwartjes + 4 dubb. = stv.

2 „ + 3 dubb. + 4 stv. = ... ct., 2 „ — 3 stv. = . . . . ct., enz.)

Sluiten