Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarna de tusschenliggende aantallen, echter niet in dien zin, dat alle tusschenliggende aantallen afzonderlijk beschouwd worden. Kunnen de leerlingen tellen bij honderden, zoo worden deze in cijfers voorgesteld, waarbij al dadelijk afgeleid wordt, dat de honderden op de derde plaats staan, van de rechterhand af yerekend.

Daarna worden de getallen tusschen 200 en 300, 300 en 400, 400 en 500, enz. behandeld, d.w.z. bewegen zich de oefeningen in de aangegeven getallen-ruimte. Weten de leerlingen zoo, dat b.v. twee honderd zes en dertig bestaat uit twee honderden, drie tienen en zes eenen, dan is het tijd, de schrijfwijze te behandelen. Eerst noemt de onderwijzer het getal, dan ontbindt de leerling het in honderden, tienen en eenen, en stelt het in cijfers voor, terwijl deze ontbinding zoolang herhaald wordt, tot de leerlingen na het noemen de getallen dadelijk schrijven. Getallen uit honderden, tienen en eenen bestaande, worden eerst behandeld, dan getallen, uit honderden en tienen bestaande, eindelijk getallen, uit honderden en eenen samengesteld. De beide laatste gevallen toch zijn moeilijker dan het eerste geval, doordat zij feitelijk uitzonderingen zijn op den gevonden regel. Wordt dan ook bij het schrijven de natuurlijke volgorde der getallen in acht genomen, dan zullen er steeds leerlingen zijn, die 260 schrijven als 2060, of 236 als 2036.

Als oefening in het schrijven der getallen (en tevens als voorbereiding tot de optelling) is het wel wenschelijk, de leerlingen bij tweeën (drieën, enz.) te laten tellen op de lei (op papier), terwijl, evenals bij de telling in de vorige leerjaren, het benoemen van aantallen centen (dubbeltjes, halve centen, halve stuivers, enz.) flink beoefend wordt. Ook de kennis van het metriek stelsel, in dit leerjaar aan

Sluiten