Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu komen opgaven aan de orde, waarin met honderden (duizenden) gewerkt wordt, en, wijl deze (tengevolge der telling) slechts weinig tijd behoeven, kan al vrij spoedig overgegaan worden tot het geval, waarin een willekeurig getal van 3(4) cijfers met een getal van 1 cijfer vermenigvuldigd wordt (2 x 367, 4 x 628, 2 x 1467, enz.). Hebben de leerlingen hierin de noodige vaardigheid verkregen, dan wordt het geval behandeld, waarin een getal van 3(4) cijfers met 10 vermenigvuldigd wordt.

Thans kan de vermenigvuldiger 11 tot 19 zijn, d.w.z. worden gevallen behandeld, waarin ook de vermenigvuldiger gesplitst moet worden; dit geval gaat vóór dat, waarin de vermenigvuldiger = een veelvoud van 10, omdat in het laatste geval feitelijk gebruik gemaakt wordt van een andere eigenschap dan die, welke betrekking heeft op de splitsing van den vermenigvuldiger, en wel van die, welke op de ontbinding van den vermenigvuldiger betrekking heeft. Eindelijk volgt het algemeen geval, waarin èn de vermenigvuldiger èn het vermenigvuldigtal gesplitst worden, zoodat het volgende overzicht wel duidelijk is.

1. Vermenigvuldiger = een getal van 1 cijfer; het vermenigvuldigtal is achtereenvolgens een (jetal van 2, 3 of 4 cijfers.

2. Vermenigvuldiger = 10; het vermenigvuldigtal als boven.

3. Vermenigvuldiger < 20; het vermenigvuldigtal als boven.

4. Vermenigvuldiger = veelvoud van 10; het vermenigvuldigtal als boven.

5. Vermenigvuldiger = getal van 2 cijfers; het vermenigvuldigtal als boven.

Sluiten