Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Vermenigvuldiger >100; het vermenigvuldigtal een getal van 1, 2, 3, 4 cijfers.

Hoewel dit laatste geval niet bepaald noodig is, wijl de leerlingen thans wel weten, dat in een product de factoren verwisseld kunnen worden — de eigenschap is al meer dan eens toegepast bij het hoofdrekenen — verdient het toch wel behandeling, omdat het de leerlingen dwingt, de bewerkingen te verrichten, afgezien van de grootte der getallen , d. w. z. rekenschap eischt van elke bewerking.

Vóór deze oefening in liet vermenigvuldigen als cijferen aanvangt, zijn echter tal van producten op allerlei manieren berekend; 2 x 489 b.v. èn als 2 x 500 — 2 x 11 èn als 2 x 400 + 2 x 90 — 2 èn als 2 x 400 + 2 x 80 + 2 x 9; 9 x 76 èn als 10 x 76 — 76 èn als 9 x 70 + 9 x 6 èn als 8 x 76 + 76 (= 8 x 75 + 8 + 76 = 200 x 3 + 84 = 684); 50 x 76 èn als 5 x 10 x 76 (= 5 x 760 = 3500 + 300 = 3800) èn als 100 x 76 : 2 (= 7600 : 2 = 3800)'), enz. Na deze berekeningen, waarbij de leerlingen d& gedeeltelijke uitkomsten, zoo noodig, op de lei of op het papier schrijven , wordt n.a.v. een lastig geval (37 x 64 b.v.) herinnerd aan de manier, waarop vroeger producten berekend werden, waaruit dan de cijferbewerking ontwikkeld wordt en de genoemde gevallen aan de orde komen. Weer sluit alzoo het cijferen bij het hoofdrekenen aan, maar toch is er een belangrijk verschil tusschen het hoofdrekenen hier en dat bij de optelling en de aftrekking in dit leerjaar. Omvatte het hoofdrekenen bij de optelling en de aftrekking tevens de meest gebruikelijke verkortingen (ze bestonden in hoofdzaak slechts uit herha-

i) Al is 7800 : 2 nog niet behandeld, uit 78 : 2 leiden de leerlingen direct af, dat 78 X honderd : 2 = 39 X honderd.

4*

Sluiten