Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met slechts, om de leerlingen met die getallen vertrouwd te maken, maar ook, om de vaardigheid in het verrichten der hoofdbewerkingen te behouden en te verhoogen. Wat dit laatste betreft, het moge waar zijn, dat, wie ^ '©werkingen met getallen tot 10 000 kan

verrichten, in het practische leven niet vaak verlegen zal staan, daartegenover staat toch, dat, zoo het cijferen in de hoogere leerjaren slechts betrekking heeft op de getallen tot 10 000, dit bestaat in een bloote herhaling van het geleerde, en deze is niet zeer geschikt, om den lust °in rekenen blijvende te houden, terwijl de bewerkingen met grootere getallen, op zich zelf voor de leerlingen niet te moeilijk, die met kleinere getallen toch voortdurend herhalen. Het is echter onnoodig, voor deze rekenoefeningen met grootere getallen een bepaalden gang te ontwerpen wijl de weg zich van zelf wijst. Alleen zij opgemerkt, dat deze oefeningen ook in de volgende leerjaren gehouden worden: vaardigheid eischt nu eenmaal aanhoudende oefening. Bepaalde zich het werken met grootere getallen echter alleen tot het verrichten van cijferbewerkingen, dan zou het gevaar dreigen, dat de vaardigheid steeg, maar dat het inzicht in de bewerkingen verduisterde, en daartegen moet gewaakt worden, want, al is inzicht zonder vaardigheid vrij wel waardeloos, vaardigheid zonder inzicht is een wisselvallig bezit. Wordt n.1. in het werkelijke leven de geregelde oefening gestaakt, dan vermindert langzamerhand de vaardigheid, en, is er dan geen voldoend inzicht, dat bij voorkomende gevallen, den weg bepalen kan, dan staat de leerling vrij spoedig geheel hulpeloos. Om dit inzicht zoo to doen zijn, dat de kans op verduistering een minimum is, is het raadzaam, niet slechts af en toe een „ver-

Sluiten