Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6°. Vermenigvuldiger en vermenigvuldigtal bevatten evenveel eenen, terwijl de som der tienen = 10 74 x 34 = 70 x 34 + 4 x 34.

= 70 x 30 + 70 x 4 + 30 x 4 + 4 x 4.

= 70 x 30 + 100 x 4 + 4 x 4.

7°. De vermenigvuldiger ligt zooveel boven een term van de schaal (of een veelvoud er van), als het vermenigvuldigtal er beneden is, of omgekeerd.

95 x 85 = 90 x 85 + 5 x 85.

= 90 x 90 — 5 x 90 + 5 x 90 — 5 x 5.

= 90 x 90 — 5 x 5.

8°. De vermenigvuldiger kan zoodanig in deelen gesplitst worden, dat het eene een veelvoud van het andere is, b. v. 123 x 78 = 3 x 78 + 4 x 10 x 3 x 78.

Al is er nu weinig tegen , al deze bekortingen te bespreken, wijl ze de leerlingen dwingen , zich rekenschap te geven van de bewerkingen, practische waarde hebben vooral de vier eerste. Bij de vier laatste worden de voorwaarden, waaraan de getallen moeten voldoen, niet zoo op het eerste gezicht opgemerkt, terwijl het onthouden dier voorwaarden ook niet zoo eenvoudig is, zoodat de cijferbewerking in den regel sneller tot het antwoord zal voeren zonder dan met bekorting. Daarom worden do vier eerste met zorg behandelt!, en heeft het latere rekenonderwijs gelegenheid te geven tot herhaalde toepassingen dezer bekortingen, terwijl de vier laatste hoogstens besproken worden, en dan nog pas in het vijfde of zesde leerjaar.

Voor de deeling bestaan o. a. deze bekortingen:

1°. ITet deeltal ligt dicht bij een gemakkelijk te bepalen veelvoud van den deeler b.v. 33 98 : 7 = 3500:7 — 102:7 = 500 — 16 = 484.

Sluiten