Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET VIJFDE LEERJAAR.

§ 11. Dit leerjaar is het eigenlijke breukenjaar, omdat hierin de hoofdbewerkingen met gewone en tiendeelige breuken aangeleerd worden; die vormen thans den hoofdschotel van het rekenonderwijs, terwijl bewerkingen met grootere getallen een smakelijk bijgerecht blijven uitmaken.

I. Optelling.

De optelling der gewone breuken vangt aan met een herhaling van de optelling van gelijknamige breuken (d. w. z. breuken, die ter optelling geen herleiding behoeven), wat aanleiding geven kan, om het zoeken van den grootsten gemeenen deeler te behandelen. Of dit ook werkelijk behandeld wordt, hangt geheel van de omstandigheden af. Ontvangt de klasse voortgezet onderwijs, dan behoort het zoeken van den grootsten gemeenen deeler behandeld te worden, met het oog op latere toepassingen, die te gemakkelijker gaan, naarmate de oefening langer geduurd heeft. Om in dit geval te zorgen, dat het rekenonderwijs op school gelegenheid geeft tot voldoende oefening, is het zaak, het zoeken van den G.G.D. dan zoodanige plaats in het leerplan te geven, dat het aangeleerd wordt vóór de eigenlijke bewerkingen met breuken, d. w. z. bij hel begin van het 5<ie leerjaar Ontvangt de klasse geen voortgezet onderwijs, dan dient de kennis van den G.G.D. slechts het rekenen op school (niet liet rekenen in het practische leven), en dit nog slechts, als de onderwijzer op toepassing aandringt, wijl de leerlingen uit zich zeiven deze methode niet toepassen. Wel is alzoo kennis van de methode, 0111 den (t.G.D. te bepalen, niet geheel waardeloos, maar toch,

Sluiten