Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat 60 = 2x2x3x5

en 96 = 2x2x2x2x2x3,

en zullen nu de gemeene deelers bepaald worden, dan vraagt de onderwijzer, welke dier faetoren in de gemeene deelers kunnen zijn. Het antwoord luidt natuurlijk „2 en 3" (5 komt niet in aanmerking, omdat het sleehts in één der getallen als faetor voorkomt). Welke gemeene deelers zijn er met alleen factoren 2 ? (2 en 2 x 2.) Waarom 2x2x2 niet? (60 bevat sleehts twee factoren 2.) Welke gemeene deelers zijn er met alleen factoren 3? (3.) Waarom niet met 2 factoren 3. (Green van beide getallen heeft 2 factoren 3.) Welke met 1 factor 2 en 1 factor 3? (2 x 3.) Welke met 2 factoren 2 en 1 factor 3? (2 x 2 x 3.) Welke gemeene deelers zijn er dus? (2, 3, 2 x 3, 2 x 2 x 3.) Welke is de grootste gemeene «leeler? (2 x 2 x 3.) Voor de gemeene deelers (en dus ook voor den grootsten gemeenen deeler) is het alzoo onnoodig, eerst alle deelers te bepalen, ja, de leerlingen zullen dadelijk aankomen met de opmerking, dat, om deu grootsten genieenen deeler te vinden, ook de gemeene deelers niet afzonderlijk gezocht behoeven te worden, dat deze rechtstreeks uit de ontbinding in de eenvoudigste factoren afgeleid kan u-orden. Welke factoren bevat n.1. de G.G.D.? (Factoren 2 en 3.) Waarom °-een

' O

factor 5 ? (Die is niet in 96.) Hoeveel factoren 2 ? (2.) Waarom niet meer? (60 bevat slechts 2 factoren 2.) Waarom niet minder? (Dan werd niet de grootste gemeene deeler gevonden.) Hoeveel factoren 3? (1.) Waarom niet meer? (Er is in beide getallen slechts 1 factor 3) Waaraan is dus de G.G.D. gelijk? (Aan 2 x 2 x 3.) Op deze wijze wordt van enkele getallen de G.G.D. bepaald, om daarna te resumeeren: „Om den G.G.D. van 2 getallen te

Sluiten