Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j 1. Breukeenheid x breukeenheid , b.v. |x

C 2. Breuk x „ , b.v. f x f

( 3. Gemengd getal x „ , b.v. lf x

i 1. Breukeenheid x breuk b.v. ^ x f.

D 2. Breuk x „ b.v. \ x $.

( 3. Gemengd getal x „ b.v. 2£ x f.

( 1. Breukeenheid x gemengd getal, b.v. | x 2|.

E 2. Breuk x „ , b.v. f x

( 3. Gemengd getal x „ , b.v. x 2}.

Bij het vermenigvuldigen van gemengde getallen worden deze herleid tot onechte breuken; anders toch leert de leerling nooit snel hun product bepalen. Verder moge een enkel geval uit C op zich zelf al minder moeilijk zijn dau een uit B, voor het vormen van een goed geheel is het van zeer veel belang, dat een reeks van bijeenbehoorende gevallen achtereenvolgens behandeld wordt. Trouwens, het zal wel meer voorkomen, dat het eenvoudigste geval uit zekere groep leerstof gemakkelijker is dan het moeilijkste uit de voorafgaande, maar het gaat niet aan, daarom de eischen van een goeden leergang te verwaarloozen en elk geval, zonder verband met het gelijksoortige, te behandelen: wat logisch bijeenbehoort, moet zooveel mogelijk bij een blij ven.

De vermenigvuldiging van decimale breuken volgt in hoofdzaak denzelfden gang als die der gewone breuken; in hoofdzaak echter slechts, omdat de moeilijkheden, die zich hier in anderen vorm voordoen dan bij de gewone breuken, feitelijk reeds overwonnen zijn en slechts liggen in de schrijfwijze.

(i*

Sluiten