Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijfd wordt bij de verhoudingsdeeling. Evenals by de geheele getallen worden in de practijk beide vragen der deeling door het verrichten derzelfde bewerking beantwoord, zoodat het ook hier beter is, de leerlingen te gewennen, beide vragen door dezelfde bewerking te laten beantwoorden, dan een theoretisch verschil in de practijk te brengen, dat ten slotte toch verwaarloosd moet worden.

Deeling door gelijknamig maken.

Het eenvoudigste geval is natuurlijk, dat de breuken al gelijknamig zijn; voor dit geval volsta het volgende overzicht.

I- ( Breuk: breukeenh , b.v. $ M: l M.) Deeier en 1 . . { deeltal-

(Breuk: breuk. . . . b.v. f M : 3 M. I gegeven.

) Geb. getal: breukeenh.,b.v. 6 M : \ M. i Het deel. A.L»e deel er is gegeven:, 2.. j

j ( „ : breuk . . b.v. 6 M: § M. ( tal is

jGem.get.: breukeenh., b.v.6jM:£M. / eerst te \ " j „ : breuk . . b.v. IJ M: JM. I herleiden.

I' , Breukeenh.: geh. getal, b.v. JM:6M.

4 .. < Breuk : geh. getal . . . b v.' f M : 6 M.

! Gem. getal: geh. getal, b.v. 1| M: 6 M.

\ Breukeenh.: gem. getal, b.v.: 1|M.

I 5.. ' Breuk: gem. getal . . b.v. $M:l!fM.

\ ( Gem. getal: gem. get., b.v.

Wat de deeling van ongelijknamige breuken betreft, de moeilijkheden liggen in den toestand van deeltal en deeler; deze kunnen n.1. een breukeenheid, een breuk en een gemengd getal zijn; er zijn dus te onderscheiden drie groepen, elk van drie gevallen.

i Breukeenheid: breukeenheid . . . b.v. ^ M : J M.

Breuk: breukeenheid b.v. f M : ^ M.

> Gemengd getal: breukeenheid . . b.v. 2J M : J M.

Sluiten