Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I Breukeenheid: breuk b.v. \ M : f M.

B . . . Breuk: breuk b.v. f M: | M.

[ Gemengd getal: breuk b.v. M : f M.

| Breukeenheid: gemengd getal. . . b.v. ^ M : M.

€ . . . , ftreuk: gemengd getal b.v. f M : 2£ M.

' Gemengd getal: gemengd getal . . b.v. lf M : 2£ M.

Onwillekeurig zal gevraagd worden, waarom deze splitsing naar den toestand van deeltal en deeler noodig is, waar de leerlingen breuken kunnen gelijknamig maken. Daarop zij geantwoord, dat de leerlingen moeten inzien, dat het noodig is, deeler en deeltal gelijknamig te maken, een inzicht, dat slechts ontstaat, als de leerlingen eerst voor het eenvoudigste geval geplaatst worden, dat oplossen, en het daarbij geleerde achtereenvolgens op de andere gevallen toepassen. Dan alleen raken ze gewoon, een deeling als £ M : ^ M b.v. dadelijk uit te werken als M : fg M = en eerst dan is het tijd, hen te doen inzien, dat dezelfde bewerking ook volstaat voor de tweede vraag der deeling. (,, Welke hoeveelheid moet $ keer genomen worden, om f M te krijgen?"). Natuurlijk wordt die vraag niet in dien algemeenen vorm, maar n. a. v. concrete vraagstukken gedaan, b.v. als: „f van een stuk laken is £ M lang, hoe lang is het geheele stuk?" Er wordt begonnen met de onderstelling, dat het stuk 1 M lang was; in dat geval was j deel ook ^ M; dit is echter £ M lang, d. i. £ M : f M = ff M : §£ M = §# = 1 = lg x zoo groot, zoodat het stuk lang is 1 § M. Zóó worden enkele vraagstukken besproken, terwijl ten slotte de vraag: „f KG kosten ƒ 1£, wat kost 1 KG?" direct beantwoord wordt met: „1 KG kost li : f = J : £ = U ■ H = H = 3rW%" Intusschen, deze wijze van beantwoording moet het resul-

Sluiten