Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I Eenheid: breukeenheid .... b.v. 1 M : \ M = 7. I Geheel getal: breukeenheid. . b.v. 6 M : \ M = 6x7.

B- / Breukeenheid: breukeenheid, b.v. : 4" M = J X 7.

I Breuk: breukeenheid b.v. § M : ^ M = § X 7.

1 Gemengd getal: breukeenheid, b.v. lf M : -J- M = 1 J X 7.

j Eenheid: breuk b.v. 1 M : $ M = |.

| Geheel getal: breuk b.v. 4M: jj M = 4x7.

C. ( Breukeenheid: breuk b.v. |M : | M = J X f.

j Breuk: breuk b.v. £ M : § M = f X f.

( Gemengd getal: breuk .... b.v. 1 f M : $ M = lf X f.

! Eenheid: gemengd getal . . . b.v. 1 M : 2J M ~

Geheel getal: gemengd. . . . b.v. 4M : M -= 4 X T\. Breukeenheid: gemengd getal b.v. ^ M : 2J M = ^ X tV Breuk: gemengd getal .... b.v. 1| M : 2| M = J X Gemengd getal: gemengd getal b.v. M : 2^ M = 1| X T6r.

Zijn deze gevallen alle in deze volgorde behandeld, dan wordt door de leerlingen de vraag: „Hoe dikwijls is f M °P T^r M begrepen?" direct beantwoord met „T6T M : £ M = T®r x & — II keer," en nu is het tijd, ook de andere vraag der deeling met hen onder de oogen te zien. Daartoe worden ze geplaatst voor een vraag als: van een stuk laken = -j!'tM; hoe lang is het stuk?" Door een overeenkomstige redeneering als bij de deeling door gelijknamig maken, wordt ze beantwoord. „Was het stuk 1 M lang, dan was het deel ook \ M lang; het is echter ^ M lang, of M : f M = -jSj- x l — ff maal zooveel, zoodat de lengte is II M." Zijn enkele van deze vragen zoo beantwoord, dan geschiedt dit eindelijk als „het stuk laken = T<y M : \ M (deze schrijfwijze stellen de leerlingen wel vast uit het geleerde bij de behandeling der geheele getallen) = x £ M

= ü M »

Sluiten