Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staande, elk jaar 1,0/9 x zoo groot wordt, dus na n jaren = (ifip)" x het oorspronkelijk kapitaal.

De berekening van het oorspronkelijke kapitaal yc = ^ - --)

sluit zich aan bij het zevende geval, terwijl de berekening van tijd en percent buiten beschouAving blijft, wijl ze, bij toepassing der hoofdbewerkingen alleen, het gebruik der rekentafels eischt, en deze zijn in de gewone lagere school minder op haar plaats.

II. Verhoudingen.

Bij de verhoudingen is het de eerste vraag, welk begrip aangebracht moet worden. Dit nu mag niet het wetenschappelijk begrip zijn, n.1. „het getal, dat zegt, hoe vaak zekere hoeveelheid in een andei*e is begrepen". Daarbij toch kan de verhouding tusschen meer dan twee getallen zich niet geleidelijk aansluiten en wordt A : B : C = 3 : 4 : 5 voor de leerlingen een geheel nieuwe zaak, op te vatten als A. = 3 x D, B — 4 x D, C = 5 x D, die ook verhouding heet, en dit moet storend werken. Daarom behoort de lagere school aan te brengen het begrip: „de verhouding tusschen twee hoeveelheden heeten de getallen, die zeggen, hoe vaak eenzelfde hoeveelheid op beide begrepen is", zoodat n.a.v. vraagstukken ontwikkeld wordt, dat A : B = 3 : 4 beteekent A = 3 x I), B = 4 x D.

Daarna wordt de verhouding tusschen twee geffeven

~ o

hoeveelheden bepaald, waarbij enkele eigenschappen ter sprake komen (vermenigvuldigen en deelen der verhoudingsgetallen door eenzelfde getal), terwjjl eindelijk, tot verruiming van het inzicht, bepaald wordt, dat, als de verhouding van A en B = 3 : 4, ook bekend is, dat A = J x B, en dat A en B respectievelijk n x 3 en n x 4 eenheden bevatten, waarna enkele toepassingen van het begrip volgen.

w. a. w. mom. , Het Hekenen. 7

Sluiten