Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen de samengestelde verhoudingen aan de orde komen.

i r11 / J i C A- ® i n -A- B

1. -ne£ qeval, dat — = — X , terwijl C, — -ry ' c « è J ' a £

gegeven en c te berekenen is.

Voorbeeld.

Een rechthoek is 28 M2 groot, een andere is 2 x zoo lang en x zoo breed; hoe groot is die?

Oplossing.

Door de lengte alleen zou de tweede rechthoek een grootte hebben van 2 x 28 Ma = 56 M2. Door de breedte wordt deze grootte x zooveel, d. i. 1^ x 56 M2 = 84 M2.

Natuurlijk worden vraagstukken gekozen, waarin van verschillende afhankelijke grootheden sprake is, maar, al is het niet te moeilijk, de leerlingen te brengen tot de rechtstreeksche oplossing: „De grootte van den tweeden rechthoek = 2x 1£ x 28 M*= 84 M2", dit is, met het oog op later, minder gewenscht. Zijn de leerlingen n.1. gebracht tot de rechtstreeksche oplossing, dan kunnen ze later, is toevallig de regel vergeten, slechts met moeite tot de redeneering besluiten, wat daarentegen geen moeilijkheden geeft, als ze gewend zijn, de redeneering telkens beknopt te herhalen.

In verband hiermede is in de gegeven oplossing de gedeeltelijke uitkomst berekend, maar niet opgeschreven: de schijn van het aanbrengen van een regel is zelfs vermeden.

2. Het geval, dat ~- = — x x —, terwijl D,

d (i 0 c

ABC

—, -y en — gegeven zijn.

7*

Sluiten