Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oplossing.

Hij verkoopt T9^ x zooveel; verkocht hij dus 1 KG voor ƒ1,35, dan ontving hij -fo x den inkoop. Om den inkoop te ontvangen, moet hij dus 1 KG verkoopen voor ƒ1,35: A = ƒ 1,50.

4. Het fier al, dat in —= x x —, -, =1. y a bed

Voorbeeld.

Twee kapitalen, waarvan het eerste 3J x zoo groot is als het tweede, staan 2 en 4 jaar uit tegen zeker u/0, zoodat de opbrengsten gelijk zijn. Hoe verhouden zich de percenten?

Oplossing. Door de grootte der kapitalen is de tweede opbrengst = 3.V x de eerste opbrengst; omdat het tweede kapitaal half zoo lang uitstaat als het eerste, wordt die derde opbrengst = £ x 3J = JX de eerste opbrengst. Waren de percenten gelijk, dan zou dus het tweede kapitaal J X zooveel opbrengen als het eerste; om evenveel op te brengen, moet dus het eerste percent 1 : i — * X

zoo groot zijn als het tweede, zoodat de percenten zich verhouden als 4 : 7.

Aan de leer der verhoudingen sluit zich aan de gezelschaps-rekening; deze houdt in „een gegeven hoeveelheid in gegeven verhouding te verdeelen". Het eerste geval (verdeeling in direct gegeven verhouding) is feitelijk reeds behandeld, zoodat nog slechts rest de verdeeling van een hoeveelheid in een verhouding, die 2 aan 2 gegeven is. Daartoe moet eerst de verhouding tusschen de hoeveelheden bepaald worden. Is dan b.v. gegeven, dat A : B = 2 : 3 en B : C = 4 : 5, dan moet A : B : C berekend worden, door op te merken, dat B = | x A en C = | x B = | x | x A = 'j» x A, zoodat A : B : C = 1 : \ : y5 — 8 : 12 : 15.

Sluiten