Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekend zijn. Nu leert de practijk van het leven hun eindelijk wel iets van het allernoodigste, maar, al is „het leven alleen de school van het leven", die „school" eischt te veel leergeld, dar dat het daarop alleen zou mogen aankomen. Daarenboven, missen de leerlingen deze kennis van het metriek stelsel, ze kunnen vermoedelijke ontvangsten niet benaderen, wat ten platten lande nog al eens noodig is (verkoop van ingekuilde aardappelen, van mesthoopen, enz.), noch aanstaande uitgaven begrooten (bevloeren van vertrekken, behangen van kamers, leggen van vloerkleeden, uitbetaling van arbeidsloon, enz.), ze zijn dan in al deze zaken geheel afhankelijk van anderen, van hen dikwijls, die er belang bjj hebben, op hun onwetendheid te speculeeren, ja, otficiëele opgaven (o. a. grootte van landerijen, in HA, A of cA uitgedrukt,) zijn zonder deze kennis niet te volgen. Daarom is het van het hoogste belang, het werken met de begrippen lengte, oppervlakte en inhoud voort te zetten, ook nadat ze met het oog op het natuurkundig onderwijs ontwikkeld zijn.

Deze voortzetting mag echter niet bestaan in een bloote beantwoording van vragen, bij benadering gelijk aan die, welke in het practische leven voorkomen, maar moet ten doel hebben, inzicht te verschaffen in de wijze, waarop zulke vragen beantwoord worden: de verkregen begrippen wijzen, mits helder genoeg, den weg ter oplossing wel. Daarom mogen niet slechts in de hoogere leerjaren dezelfde vragen beantwoord worden, als bij het voorbereidend natuurkundig onderwijs, zij het ook met grootere en gebroken getallen, maar ook moet, zoomogelijk, de stof uitgebreid worden met het voornaamste uit de vroegere vormleer, zoodat een deel van den tijd, voor rekenonderwijs uit-

Sluiten