Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoollokaal worden na meting geteekend, eerst op ware grootte (hierbij kunnen natuurlijk slechts enkele dienst doen), later op verkleinde schaal, een en ander als voorbereiding of inleiding tot het maken van plattegronden, dat in het volgende leerjaar bij het aardrijkskundig onderwijs aan de orde komt. (Om den getallenkring van dit leerjaar wordt de schaal 1: 100 hierbij niet gebruikt.)

Het begrip oppervlakte wordt verder stelselmatig ontwikkeld , vierkanten en rechthoeken worden bekend gemaakt (het verschil tusschen beide opgemerkt), de omtrek van beide bepaald uit lengte en breedte (herhaling der lengtematen). Verder leeren de leerlingen nog vierkante cM (dM) kennen, worden vierkanten en rechthoeken van bepaalde afmetingen geteekend en in cM2 (dM2) verdeeld. (Al wordt in aansluiting hiermee ook opgemerkt, uit hoeveel cM2 (dM2) het vierkant of de rechthoek bestaat, eenige regel hieromtrent is onnoodig; het blijven voorbereidende oefeningen, meer niet.)

Dat weer de cM2 (dM2) vóór de werkelijke eenheid (M2) gaat, geschiedt:

•1°. Omdat de M^ moeilijker is te overzien, dan de dM2 (cM2).

2°. Omdat vierkanten en rechthoeken door de leerlingen wel verdeeld kunnen worden in cM2 (dM2), niet in M2, tenzij voor den M de dM genomen wordt, d. w. z. toch met dM2 gewerkt wordt.

Het begrip inhoud wordt, als in het eerste leerjaar, door het aantal ervaringen te vermeerderen, wel verhelderd, maar niet stelselmatig ontwikkeld.

Sluiten