Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij is gelijk aan het verschil tusschen 2 rechthoekige driehoeken, en dus weer de helft van een rechthoek, welks afmetingen gelijk zijn aan basis en hoogte van den driehoek.

Yan eigenlijke hoekmeting wordt ook hier nog niet gesproken; de vergelijking met een rechten hoek bereidt die slechts voor.

Wat de inhouds-berekening betreft, na herhaalde beantwoording van de vraag, hoeveel cM3 (dM3) op een gegeven oppervlak geplaatst kunnen worden, wordt op deze eerste laag een tweede, een derde, enz. geplaatst, zoodat al spoedig de inhoud eener zuil uit grondvlak en hoogte berekend wordt, en daarna uit lengte, breedte en hoogte.

Onmiddellijk wordt dit toegepast op den kubieken decimeter en zoo gevonden, dat 1 dM3 = 1000 cM3 = 1 L waarna de ruimtematen in hun onderling verband aan de orde komen: KL (M\ S), HL (dS), DL (cS), L (mS, dM3), dL, cL, mL (cM3), enz. '). Als werkelijke inhoudsmaten worden echter slechts gebezigd S en de twee- en vijfvouden van I)L, L, dL en cL, zoodat kennismaking met de overige slechts dient tot toetsing van het inzicht. Ook hier worden de oude namen bekend gemaakt (mud voor HL, schepel voor DL, kan of kop voor L, maatje voor dL, vingerhoed voor cL), terwijl enkele andere nog gebruikte ruimtematen hoogstens occasioneel ter sprake komen. Zoo o.a. de scheepxton voor de binnenvaart (= 1 M8) en die voor de buitenvaart (= 2,83 M3). Verder wordt in dit leerjaar het begrip geicicht ontwikkeld (bij het natuurkundig onderwijs), zoodat ook de gewichten (met hun oude namen)

') Het tusschen haakjes geplaatste wjjst aan, welke geljjkheden vooral de aandacht verdienen.

w. a. w. moll , Het Rekenen. 8

Sluiten