Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het trapezium niet in driehoeken verdeelen, die elkaar kunnen bedekken. Dan wordt de oppervlakte van het trapezium bepaald, door het te beschouwen als de helft van een parallelogram, dat dezelfde hoogte heeft als het trapezium en welks basis gelijk is aan de som der evenwijdige zijden van het trapezium.

3 '. Vormverandering van vlakke figuren.

Vóór de oppervlakte van den cirkel behandeld wordt, is het gewenscht, de oppervlakte-berekening van de behandelde vlakke figuren te herhalen en deze herhaling geschiedt het best, door alle behandelde figuren in rechthoeken van gelijke oppervlakte te doen veranderen. Hierbij wordt dus achtereenvolgens de rechthoekige, scherphoekige, stomphoekige, gelijkbeenige en gelijkzijdige driehoek , het parallelogram, de ruit en het trapezium in een rechthoek veranderd, en, om de leerlingen er geheel van te doordringen, dat de oppervlakte van een driehoek volkomen bepaald is door basis en hoogte, wordt elke behandelde driehoek veranderd, eerst in een rechthoekigen, dan in een geljjkbcenigen driehoek, welke verandering tevens de behandelde eigenschappen doet herhalen.

Ook vierkant, rechthoek, ruit, parallelogram en trapezium worden in een driehoek (rechthoekig of gelijkbeenig) veranderd, een en ander tot verheldering van het aangebrachte inzicht. (Bij deze vormverandering kan ook opgemerkt worden, dat de diagonalen van een parallelogram dit verdeelen in vier gelijke driehoeken).

4". De cirkel.

Na herhaling van het behandelde wordt allereerst opgemerkt, dat met den straal van een cirkel de geheele cirkel bekend is; dan wordt om een cirkel een vierkant besehre-

Sluiten