Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8°. De pyramide.

Ka kennismaking met dit lichaam worden driezijdig prisma en driezijdige pyramide met gelijk grondvlak en gelijke hoogte met elkaar vergeleken, waarbij de leerlingen (door het gebruik van holle lichamen, of wel, door ze te wegen) vaststellen, dat een pyramide het derde deel is van een prisma, dat hetzelfde grondvlak en dezelfde hoogte heeft.

9°. De kegel.

Door kegel en cylinder met elkaar te vergelijken en den cylinder naast het prisma te stellen, wordt al ondersteld, dat de kegel het derde deel is van een cylinder met eenzelfde grondvlak en eenzelfde hoogte, een onderstelling, welker juistheid getoetst wordt, door een hollen kegel en een hollen cylinder met elkaar te vergelijken. Dan wordt het oppervlak van den kogel ontwikkeld en berekend, waarbij echter weer rekening gehouden wordt met het feit, dat het theorema van Pythagoras niet behandeld is.

10°. De hol.

Na beschouwing van den bol (straal, middellijn, doorsnede, groote en kleine cirkels, enz.) wordt de halve bol vergeleken met een kegel, waarvan het grondvlak gelijk is aan de doorsnede van den bol en de hoogte aan de middellijn. Hieruit blijkt, dat de inhoud van een bol = 2 x zulk een kegel, of = | van een cylinder, waarvan het grondvlak gelijk is aan een grooten cirkel van den bol en de hoogte aan de middellijn van den bol, of = f x oppervlakte grooten cirkel x middellijn.

De vergelijking van den bol met zulk een cylinder is daarom vooral van gewicht, omdat zich bij deze vergelijking de mededeeling aansluit, dat het oppervlak van den bol = het

Sluiten