Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. WAARDE VAN HET REKENONDERWIJS.

§ 20. Al eischt het geven van goed rekenonderwijs in de eerste plaats kennis van het geheele leerplan, die kennis alleen is nog onvoldoende; het leerplan toch wekt, vooral wat de keuze der stof betreft, zooveel vragen, die slechts beantwoord kunnen worden, als de waarde van het leervak helder voor oogen staat, dat het noodigis, die waarde afzonderlijk na te gaan. Op die waarde nu is vaak zooveel afgedongen, dat de overschatting van vroeger in onderschatting dreigt te ontaarden. Wanneer voor het doen van nuttige zaken als schoolwandelingen, schoolreisjes, enz. op het gebrek aan tijd gewezen wordt, klinkt het n.1. wel: „Schrap de helft der rekenkundige leerstof; wat er overblijft, is genoeg voor het leven, en — er is tijd gevonden." Welke waarheid in deze en dergelijke beweringen schuilt, wordt slechts duidelijk, als met zorg onderzocht is, in hoeverre het rekenonderwijs „onder het aanleeren van nuttige en gepaste kundigheden dienstbaar gemaakt kan worden aan de ontwikkeling van de verstandelijke vermogens der leerlingen en aan hunne opleiding tot alle christelijke en maatschappelijke deugden", een onderzoek, dat tevens de uitgetrokken leerstof volkomen motiveeren moet.

§ 21. Het nut van rekenkundige leerstof nu is tweeledig; ze dient n.1. de school en het leven. Door het nut voor de school wordt dan verstaan de dienst, dien het rekenen aan andere leervakken bewijst, om deze beter tot hun recht te laten komen Zoo wordt de vooruitgang

Sluiten