Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarom moet voor het vijfde en zesde leerjaar zoodanige leerstof gekozen worden, dat de minimum-leerstof herhaald wordt, zonder dat de leerlingen die als herhaling voelen, deze integendeel nieuw vinden, d. w. z. in de hoogere leerjaren worden de hoofdbewerkingen met grootere getallen, de breuken, benevens enkele rekenwijzen behandeld. Wel wordt zoodoende meer behandeld, dan strikt noodig is, maar steeds zal een leerplan meer dan het broodnoodige bevatten; waar n.1. een deel der leerstof zeker vervliegt, met hoeveel zorg ook aangebracht, hoe vaak ook herhaald, daar moet, zal het noodige behouden blijven, meer dan het noodige behandeld worden, terwijl tevens die behandeling met het oog op later zóó moet zijn, dat de leerling de middelen leert kennen, om de vervlogen leerstof weer te binnen te brengen, welke middelen onbekend blijven bij behandeling der straks genoemde minimum-leerstof. Om de eischen van het practische leven moeten daarom behandeld worden:

lu. De geheele getallen, minstens tot 10 000. Bij de getallen tot 1000 komt n.1. de weg, om in zeker niet behandeld geval tot het doel te geraken, niet duidelijk genoeg uit.

2°. De breuken. Anders is n.1. in een bepaald geval de weg, om zekere vraag uit de breukenleer te beantwoorden, niet te vinden.

3°. Enkele rekenwijzen. Deze echter zoo veelzijdig mogelijk, d. w. z. niet slechts toepassing met geheele en gebroken getallen, maar ook berekening der verschillende elementen; anders toch ontstaat geen inzicht in de rekenwijze, en, later moeten in een bepaald geval niet de onthouden regels, maar de verkregen inzichten den weg bepalen.

Om de levenspractijk moet alzoo vrij teel dezelfde leerstof behandeld worden, als om het rekenen in dienst der andere

Sluiten