Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leervakken, zoodat de op het leerplan uitgetrokken rekenkundige leerstof ook gemotiveerd uordt, door wat het leven van ieder eischt.

Aan een bespreking van wat de gewone levenspractijk aan rekenkundige kennis eischt, sluit zich de vraag aan, of die rekenkundige kennis ook toegepast moet worden, om de waarde voor de practijk te verhoogen, op zaken, die in het gewone leven tot rekenen aanleiding geven. M. a. w. moeten de rekenkundige vraagstukken, die de leerling in school oplost al of niet gelijk zijn aan de rekenkundige vraagstukken, die de levenspractijk aan den volwassene stelt? Aangenomen een oogenblik, dat deze keuze het rekenen in het latere leven vergemakkelijkt, dan zij toch al dadelijk opgemerkt, dat, hoe nauwkeurig de onderwijzer ook tracht te onderzoeken, wanneer het latere leven den mensch doet rekenen, dit onderzoek toch niet meer dan een benadering worden kan, een benadering, die, ja, de werkelijkheid nabij kan komen, maar ook daarvan enorm kan verschillen, vooral, omdat elke tijd andere behoeften kent, behoeften, vaak even snel gevoeld als ontwend. Daarenboven, een goed deel der zaken, die in het latere leven tot rekenen aanleiding geven, liggen boven de bevatting van het kind, terwijl ze later, alleen door het leven, eigendom der leerlingen worden: het leven heet niet geheel ten onrechte „de school van het leven". De benadering, met hoeveel zorg ook gedaan, kan alzoo slechts voor een deel doeltreffend zijn. Waar dus elk pogen, om na te speuren, wanneer de levenspractijk tot rekenen dringt, hoe ernstig ook bedoeld, tot een gedeeltelijke benadering voeren moet, daar kan het niet anders, of veel van wat als bij uitstek practiscli wordt aangediend, is in hooge mate onpractisch, zoodat voor een

Sluiten