Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed deel der z.g. spoorweg-, spaarbank-, posterijen-sommen enz. het dichterwoord geldt:

„Wat zich als sticht'lyk aan komt melden Sticht ons maar zelden."

Toch kwam dit streven naar gelijkheid tusschen het rekenen op school en het rekenen in het leven voort uit een gezond beginsel, n.1. uit het oude: „Ned scholae sed vitae." Dat nu meende men het best te dienen, door het kind voor dezelfde vraagstukken te plaatsen, als in het leven der volwassenen voorkwamen, waarbij echter fouten begaan werden, die het onmogelijk maken, zulk een uitwerking zonder meer te accepteeren. Allereerst werd vergeten, welk een klove er gaapt tusschen kind en volwassene, zoodat niet ingezien werd, dat vragen voor den volwassene daarom alleen nog geen vragen voor het kind zijn. De kennis toch, waarop het kind rekenkundige bewerkingen toepast, moet tot den kring der kinderlijke ervaring behooren, en, al is het waar, dat deze kring zich langzamerhand verwijdt tot dien van den volwassene, dat hij er een deel van uitmaakt, dit volstaat nog niet, om den laatste zonder meer voor den eerste te substitueeren. Wel moeten alzoo beide kringen iets gemeenschappelijks hebben, en zal er vaak in de school gerekend worden n.a.v. zaken, die ook bij den volwassene rekenkundige vragen wekken, maar zulk een gelijkheid ligt in den aard der zaak, behoeft niet opzettelijk nagestreefd te worden. Alzoo is ook hier wel van toepassing: „Greif nur hinein in 's volle Menschenleben,

Denn, wo du's packst, da ist 's interessant",

maar die greep moet gedaan worden n.a.v. de kinderlijke ervaring of de behandelde leerstof.

Behalve deze verwisseling van de ervaringskringen van

w. a. w. moll, Het Rekenen. 9

Sluiten