Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kind en volwassene verd bij het samenstellen van zulke „practische" vraagstukken niet voldoende rekenschap gegeven van het doel dier vraagstukken. Dit toch is niet, den leerlingen rekenkundige vragen, die op zekere stof betrekking hebben, te leeren beantwoorden, maar rekenkundige vragen in het algemeen. Wanneer b.v. vraagstukken als „6 KG suiker (koffie, enz.) kosten a gld, wat kosten 9 KG?" opgelost worden, dan is dit niet, om den leerlingen te leeren berekenen, wat enkele KG suiker (koffie, enz.) kosten, maar, om hen te doen inzien, hoe de totale prijs uit de hoeveelheid en den eenheidsprijs berekend kon worden. En zoo hebben alle vraagstukken tot doel, algemeene icaarheden te leeren gebruiken, om in het werkelijke leve» vraagstukken te kunnen oplossen, waarin (onverschillig van welke grootheden er sprake is) dezelfde algemeene waarheden toegepast worden. De waarde, die het rekenen heeft voor de levenspractijk, ligt daarom niet zoozeer in de keuze der grootheden, waarmede gerekend wordt, maar wel in de wijze, waarop uit een bekende afhankelijkheid tot een getalbewerking besloten wordt, en verder, in het vaardig verrichten dier bewerking.

§ 23. Mag alzoo rekenkundige leerstof nuttig heeten, ze moet, naar het voorschrift des wetgevers, tevens gepast zijn, d. w. z. aan het kind ter opvatting niet te zware eischen stellen. Nu is wTel de gepastheid een vrij subjectief begrip, wijl leerstof niet in absoluten zin, maar voor leerlingen van zekere ontwikkeling te moeilijk is, maar toch, het moet erkend worden, rekenkundige leerstof maakt geen uitzondering op den regel: „Wat nuttig is, is gepast", bevestigt dien schitterend. Uit geen enkele wetenschap toch kan zooveel gepaste leerstof gekozen worden , als uit de rekenkunde,

Sluiten