Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terloops zij hier opgemerkt, dat 1561 als geboortejaar der Nederlandsche geloofsbelijdenis ook door deze historie vaststaat.

Den 10den Januari 1562 werd de schuilplaats van den ketterschen leeraar te Doornik ontdekt, een klein huis met tuintje in de parochie van St. Brixe bij den stadswal dicht bij de woning van de Bres. Het was de studeerkamer buitenshuis van Guy, „minister de la parole de Dieu es pays-bas", gelijk de brieven van een zekeren Pierre Dathey (Datheen), die zich noemt minister der Vlamingen te Frankfort, hem betitelen.

Het rapport der commissarissen van hare Hoogheid de Landvoogdes verhaalt, dat de vangeren op den middag van 10 Januari na den eten het huisje juist bereikten, toen de geheele buurt was samengestroomd om een uitslaanden brand te blusschen en reddingswerk te verrichten. Een onbekende was namelijk met behulp van een ladder in den tuin neergedaald, en had het vuur gelegd aan een groote menigte boeken en papieren, in genoemd huis verzameld.

„Tot degenen die gered zjjn behooren ongeveer twee honderd exemplaren van een klein boekje, getiteld „Confession de foy des fidelles des Pais-Bas" waarvan wij vroeger een dergelijke aan Uwe Hoogheid gezonden hebben. ...

Zijn ook gevonden verscheidene zeer verderfelijke boeken van Calvijn, Luther, Melanchton, Oecolampadius, Zwinglius, Bucerus, Bullingerus, Brentius en alle andere ketters, zoo in 't fransch als in 't latijn, met eenige boeken in 't grieksch, en eenige andere samengeraapte boeken, voor het meerendeel kettersch en verboden.

Gelijk eveneens gevonden is een groote menigte pa-

Sluiten