Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaderingen heeft die hij kerk der geloovigen noemt. ..

Daarenboven, om te voltooien hetgeen overschiet nopens het geval der boeken en papieren van genoemden Guj, zullen wij éen of twee dagen ons beijveren om hen meer bijzonder te onderzoeken en te zien, wat we daaruit kunnen halen ten goede van onze zaak, en welke boeken en papieren moeten verbrand en welke anderen bewaard worden. En wij twijfelen niet, dat genoemde Guy en alle andere ketters en sectarissen een groote smart en diepen spijt hebben, dat hun geheimen en werkzaamheden aldus ontdekt zijn, zoodat een van hen het gewaagd heeft (gelijk gezegd is) om achter te blijven, ten einde op klaarlichten dag genoemd huis in brand te steken '.

Dat de Landvoogdes bevel gaf den welkomen vondst te doorzoeken en te verbranden, gaat ons thans minder aan. Hoofdzaak is, dat uit het boven aangehaalde officiëele rapport blijkt, dat ten jare 1562 drie regeeringscommissarissen te Doornik vrij sterk sprekende bewjjsstukken vonden van de Bres' auteurschap der Confessie, en in een officiéél staatsstuk, aan de Landvoogdes der Nederlanden gericht, daarvan getuigenis aflegden.

Want genoemde heeren schrijven letterlijk, dat de Confessie, die zij 2 Nov. 1561 aan de Landvoogdes toezonden, en de Confessie, die zij 10 Jan. 1562 in twee honderd exemplaren bemachtigden, één en hetzelfde boeksken was. Dat zij het handschrift van den begeleidenden brief, die 2 Nov '61 met de Confessie mee over den kasteelmuur te Doornik geworpen was, met het handschrift der 10 Jan '62 gevonden papieren vergeleken hadden, en van oordeel waren dat dezelfde

Sluiten