Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand die beidon schreef. En dat zij bevonden hadden, dat de auteur in sommige van zijn eigen boeken eigenhandig geschreven had, dat hij zich noemt Guy de Bresse.

Na is door hen wel niet het handschrift der Confessie gevonden, en vergeleken met de Bres' schrijfwijs. Zij vonden beide malen de Confessie als een boeksken, niet in handschrift. Geheel en volstrekt afdoend is, wat zij verklaren, voor den absolute zekerheid vorderenden niet.

Maar dat de Bres volgens hen „het lang geschrift" of den begeleidenden brief van 2 Nov. 1561 eigenhandig schreef, en dat in zijn studeerhuis niet minder dan twee honderd gedrukte exemplaren der Confessie — voor een toenmalig verbreider dier boekskens stellig een groot, voor den auteur zeiven een niet bevreemdend aantal — in beslag genomen werden, zijn twee vaststaande feiten, die bijna schijnen te eischen de Bres' vaderschap der Belijdenis.

Zijn beide levensbeschrijvers uit den laatsten tijd brengen na 1561 en '62 zijn leven heel niet meer in verband met zijn Confessie.

Wat weten wij aangaande het ontstaan der Nederlandsche Geloofsbelijdenis uit de Bres' levensgeschiedenis9

Op die vraag vonden wij als antwoord, dat een gedrukt exemplaar der Confessie benevens een lang geschrift of een begeleidend schrijven in den nacht van 1 op 2 Nov. 1561, over den kasteelmuur te Doornik geworpen, beide voorshands als producten van een onbekende onze aandacht vragen. Dat den 10(len Jan. 1562 bleek, dat het begeleidend schrijven van de hand van de Bres was. Dat regeeringscommissarissen niet aarzelden, de Bres ook voor den schrijver der Confessie

Sluiten