Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid hunner leer zou mogen weten, boden zij haar hun belijdenis aan, „gemaakt met een gemeen accoord van meer dan de helft der inwoners, waarmede meer dan honderd duizend in den lande instemmen".

Uit deze uitdrukking in den brief ia ongetwijfeld de oorspronkelijke fransche titel der belijdenis overgenomen. Belijdenis des geloofs, „gemaakt met een gemeen accoord door de geloovigen, die in de Nederlanden verkeeren .

Oorspronkelijk sloeg het gemeen accoord op „meer dan de helft der inwoners" van Doornik. Minstens de eenige ambtgenoot van de Bres te Doornik, Peregrin de la Grange, benevens het Consistorie of de Kerkeraad, moeten over het opstel van de Bres gehoord zijn. Zij vertegenwoordigden destijds de meerderheid der inwoners van Doornik. De brief was dan ook geschreven „uit naam van de burgers en inwoners dezer stad".

Voorts verzekert de brief ten aanzien der belijdenis: „waarmede meer dan honderd duizend in den lande instemmen". Een betuiging, die weldra in den titel der confessie aldus luidt: „de geloovigen, die in de Nederlanden verkeeren".

Ziedaar een tweemaal herhaalde betuiging, die iets, die veel beteekent. Men wete dat de goede gewoonte dier tijden meebracht, dat veelal een geestverwante deskundige werd uitgenoodigd van een handschrift inzage te nemen, voordat het ter perse ging. En vooral, dat naar Gereformeerde zienswijs één enkel persoon onmogelijk een kerkelijke, dat is algemeen geldende, belijdenis kon openbaar maken. Een enkele kon niet doen, wat der Kerke was.

Het is dus mogelijk, dat de Bres de instemming der honderd duizend stilzwijgend onderstelt, meer niet.

Sluiten