Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strekkende, gehoord. Hetgeen wij u zeggen van het groot getal onzer broederen, is niet, Sire! om te verwonderen of schrik aan te jagen den minste van uw officieren of dienaren; maar zoowel om de lasteringen te weerleggen van hen, die ons niet zouden weten hatelijk te maken dan door leugens, als ook om u tot medelijden te bewegen".

Wat een ootmoedige toon in den smeekbrief dezer stoere Gereformeerden, die zelfs aan de mogelijkheid om ook den vorst zeiven verwondering of schrik aan te jagen uit eerbied voor den landheer niet schijnen te denken. Let ook op de eenstemmigheid van dit zendschrijven met het „lang geschrift", dat 2 November 1561 over den kasteelmuur te Doornik geworpen lag, en eveneens van meer dan honderd duizend belijders der nieuwe leer gewaagde.

Yan wat kracht de Confessie is, en met welk doel men haar Filips II aanbood, leert duidelijk de volgende uitspraak: „Want wat betreft dat men ons vervolgt, niet alleen als tegenstanders van uwe kroon en van de openbare zaak, maar ook als vijanden van God en Zjjn kerk, smeken wij u er over te oordeelen door middel van de Belijdenis des geloofs, die wij u aanbieden, bereid en gereed om haar, zoo noodig, met ons eigen bloed te onderschrijven".

Ten slotte houden de smekelingen staande, dat zij het Christelijk geloof, in het symbolum vervat, en de geheele leer door Jesus Christus geopenbaard, toestemmen en belijden. En beslist, maar niet kwetsend, wijzen zij afgodische ceremoniën en heidensche zonden, den gruwel der toenmalige rooinsehe kerk, af.

Het eind van den smeekbrief is aangrijpend schoon,

Sluiten