Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij hoereert niet, hij is geen dronkaard, hij is van de nieuwe secte. En evenwel, niettegenstaande deze getuigenissen van eerbaarheid, wordt geen enkele soort van lijfstraf vergeten om ons te folteren".

Deze tegenstelling tussehen pijnigers en gepijnigden bood gereede aanleiding, om met een verzoek om onderzoek te doen in een rechtvaardige zaak en met een heilbede voor het welzijn der Overheden de „Vermaninghe" te besluiten.

Somtjjds wordt het „wij" daarin vervangen door „ik". Kennelijk schrijft één namens velen. Maar de schrijver noemt zich zelf noch zjjn lastgevers.

Als vrucht van ons onderzoek stellen wij vast: Aangaande het ontstaan der Nederlandsche Geloofsbelijdenis weten wjj uit de Belijdenis zelve letterlijk niets, wat het auteurschap betreft. Alleen vermeldt het titelblad, dat de Confessie „vervaardigd is krachtens gemeene' overeenstemming door de geloovigen, die in de Nederlanden verkeeren, welke begeeren te leven naar de zuiverheid des Evangelies van onzen Heere Jezus Christus". Het fransche opschrift der remonstrantie aan de magistraten noemt als hun woonplaatsen „Vlaanderen, Brabant, Henegouwen, Artois, kasteleinschap van Rysel, en andere omliggende landstreken". Eu de hollandsche titel voegt aan die plaatsnamen Holland en Zeeland toe.

Doch de brief van 1 November 1561, die de Confessie begeleidde, en geschreven was, naar wij regeenngscommissarissen hoorden verklaren, met de hand van de Bres, wijst ondubbelzinnig naar instemming heen, te Doornik en door heel België betuigd. En alle toenmalige omstandigheden worden ons raadselachtig, zoo we aan de Bres het vaderschap der Confessie ontzeggen.

Sluiten