Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Thomas van Thielt schreef aan den Delftschen predikant Arnoldus Cornelii uit Antwerpen, 17 Julij 1582: Ic hebbe Taffinum gesproken van de Confessie, de welcke hy seyt van Guy de Bres gestelt te sijne".

Klinkt dit niet als een opzettelijke ondervraging, en als een wèl overdachte verklaring?

Ten slotte de vraag, die ons lang zal bezighouden : Wat weten wij aangaande het ontstaan der Nederlandsche Geloofsbelijdenis nit de boeken van latere schrijvers.

En dan leenen we hier allereerst het oor aan Anthonius Thyaius, den gematigden hoogleeraar van Harderwijk en Leiden, die in 1640 overleed. Hij schrijft in de „Voor-reden, Aen de Nederlandtsche Gliereformeerde Kercken" van zijn in 1615 uitgegeven geschrift „Leere ende Order" als volgt *):

„Endo eerstelyck soo veel de Confessie ende Bekentenisse aengaet, die, in twee Copyen [van 1563 en 1582] leghen den anderen overgheslelt, voor aen staet, Is eerst int Walsch int Jaer 1562 gheschreven, ende des

1) Leere ende order der Nederlansche, soo Duytsche uU Walsche, Ghereformeerder Kerclien: in twee deelon onderscheyden: Vvaer van liet eerste begrijpt, Corpus dootrinae, Dat is, De Publijcke, of Opentlijcke ende alghemeyne Schriften, de suyvre Leero aengaende, van den beghinno dor Reformatie, onder het Kruvs ende naderhandt, van de selve Kercken, gehouden, gheleert, gelooft, ende met den Bloede bovesticht: tsamen als in een Lichaem vervat: Door Anthonius Thysius, Professor der ■Hejliger Schrift, in de ver-maerde Hooge-School tot Hardervvyck. 't Amsterdam, By Pieter Pietersz. Boeckvercoper, woonende op 't Water, bij den Dam, in den Gulden Kerck Bybel, 1615. Een exemplaar behoort aan de Universiteits-bibliotkeek te Utrecht.

Sluiten